Aan gecreëerd. Deze drie componenten worden in de

Aan welke faciliteiten hebben mensen behoefte?

De behoeftes en hoe je deze zo goed mogelijk kan toepassen in
de bestaande ruimtes

Om
te weten te komen welke behoeftes van mensen er zijn als het gaat om
faciliteiten om hen heen, dus daar valt de buitenruimte in, gaan we kijken naar
een algemene wijk. Het is daarvoor ook handig om te weten welke functies wijken
hebben en hoe een huidige wijk er eigenlijk uitziet. Hierop kan gebaseerd
worden wat er nodig is en hoe dit verbetert kan worden: hoe kan deze optimaal
worden gebruikt. Dit gaat gebeuren aan de hand van de SMART-formule en wordt
later weergeven in tabellen. Hiervoor wordt eerst gekeken naar de functies van
een wijk en de levensbehoeften van een gemiddeld persoon.

 

De trend van deze tijd

We beginnen met de huidige situatie in de samenleving op het
gebied van trends die te maken hebben met het steeds ‘kleiner’ worden van de
wereld. Per dag komen er steeds meer nieuwe ontwikkelingen op de wereld ter verbetering
van het stedelijk leven. Ook de technologie en het internet hebben het leven
ingrijpend veranderd en daar moet rekening mee worden houden. De volgende
trends vormen samen de SMART-formule: constante verbondenheid, flexibilisering
en bewustwording. Wanneer een product aan deze componenten voldoet is het ‘SMART’
en past het in deze tijd waardoor er een aantrekkelijke omgeving wordt gecreëerd.
Deze drie componenten worden in de volgende alinea’s uitgelegd waarna ze worden
toegepast in een algemene huidige leefomgeving.

Constante verbondenheid

Netwerken
worden steeds belangrijker. Ze zijn belangrijk in de nieuwe samenleving waar
juist plaatsen vroeger een grote invloed hadden. Netwerken zijn dominant
geworden en de mensen worden steeds flexibeler. Vaste werkplekken worden
flexwerkplekken. De technologie maakt het mogelijk om de netwerksamenleving uit
te breiden en zorgt voor de beschikbaarheid van een grote hoeveelheid informatie
op elk tijdstip. Deze informatie is steeds meer digitaal te vinden dan fysiek.
De smartphones die tegenwoordig overal zijn te vinden zorgen ervoor dat je
makkelijker verbonden kan zijn met de wereld om je heen. Burgers nemen ook
hierdoor meer initiatief in het in het verbeteren van hun eigen leefomgeving. Door
de netwerksamenleving verandert de functie van de ruimte. Desondanks is het overgrote
gedeelte niet verbonden met internet (Kennislab Urbanisme Amersfoort, 2014). Het
is maar de vraag voor hoelang dat nog zal zijn.

 

Flexibilisering

Het
tweede component van SMART is flexibilisering. Hier gaan we in op een flexibel
levensritme, een flexibele houding tegenover anderen en wat dit betekent voor
een directe woonomgeving. Hierbij wordt dus onderscheid gemaakt tussen fysieke
en sociale flexibilisering.

Fysieke
flexibilisering slaat op de gebouwde omgeving die voor zijn functie en locatie
vast staat. Tegenwoordig wordt er steeds meer gezocht naar flexibiliteit.
Mensen willen deel uitmaken van een systeem dat zich kan aanpassen aan hun
behoeftes. Ongeacht van hun tijd en plaats. De wereld en zijn vorderingen zorgen
ervoor dat de mens zich ook snel moet aanpassen. Daarbij komt de ruimte dus ook
aan te pas en is er meer vraag naar flexwerken en aanpasbare open ruimtes. Efficiëntie
is daarbij een heel belangrijk begrip. Alles moet snel, duidelijk en makkelijk.
Dit kan alleen worden behaald als ruimtes daar efficiënt op zijn ingericht. Wat
efficiënt is hangt af van de functies waar het zich zou voor kunnen dienen.

Dan
is er nog sociale flexibilisering. Dit heeft te maken met het belang dat men keuzevrijheid
wil hebben. Door het internet is men niet meer verplicht om de deur uit te gaan
voor het halen van producten. Dit kan ook online gebeuren en worden
thuisbezorgd. Hierdoor is er meer tijd om keuzes te maken als het gaat om
contacten leggen. Social media heeft hierbij een grote impact. Dit zijn
voorbeelden die laten zien dat de structuren die oorspronkelijk werden opgelegd
steeds meer verdwijnen. Dit zorgt voor steeds meer diversiteit in levensstijlen
en flexibelere dagritmes  (Kennislab
Urbanisme Amersfoort, 2014LV1 ).

Door
het sociale en fysieke aspect van flexibilisering zoeken mensen steeds meer
naar hun eigen identiteit. Doordat alles en iedereen met elkaar verbonden is
gaan plaatsen steeds meer op elkaar lijken. Men wil uniek zijn en zich op
lokaal niveau onderscheiden. Dat betekent dat ze zoeken naar een plek die aansluit
op hun identiteit. Dit verschilt per individu en vereist dus flexibiliteit.

 

Bewustwording

Tot
slot is het laatste component bewustwording. We krijgen steeds meer te weten
via allerlei soorten bronnen hoe het er aan toe gaat in de wereld. Door verbonden
te zijn met de wereld is te zien wat de gevolgen zijn van onze eigen
handelingen. Het vergroot broeikaseffect, plastic afval en kinderarbeid zijn
daar voorbeelden van. De gevolgen maken de mens bewust van hun keuzes. Daardoor
worden er keuzes gemaakt waarvan er wordt gedacht dat ze het beste zijn voor het
individu en de mensen om hen heen.

Daarnaast
is er meer behoefte om spullen te delen. Door het steeds makkelijkere en
snellere contacteren wat eerder is genoemd gaat spullen delen dat ook. Een
voorbeeld hiervan is het fenomeen van het delen van een fiets. Dit wordt ook
wel ‘sharing economy’ genoemd. Het laat de veranderende houding van burgers
zien. De economie gaat langzamerhand steeds meer van het ‘hebben’ naar het ‘doen’.
Het gaat om de beleving en niet om de materiële waarde. Hier wordt meer waarde
aan gehecht. (Kennislab Urbanisme Amersfoort, 2014)

 

 

 

 

LV2 Afbeelding 1 De
SMART-formule

 

Functies van een wijk

De
hiervoor genoemde SMART-formule is een richtlijn waarmee we straks verder
redeneren voor het creëren van een optimale leefomgeving met de juiste
behoeftes aanwezig. Echter moet er eerst een beeld worden geschetst van een
huidige wijk met zijn functies. Wat wat hebben we nou eigenlijk aan een wijk?
Wat doen we er?

Iedere
wijk vervult een aantal functies die belangrijk zijn voor het individu. Elk
individu hecht waarde aan bepaalde functies van een wijk. Echter is men voor
bepaalde functies niet gebonden aan één wijk. Een huidige wijk kan de volgende
functies vervullenLV3  (Kennislab Urbanisme
Amersfoort, 2014):

· Wonen – hieronder wordt datgene verstaan wat je in
een huis doet.

· Werken en ondernemen – alle activiteiten die er op
gericht zijn om financieel in je eigen onderhoud te kunnen voorzien.

· Consumeren – kopen van goederen en/of diensten.

· Ontmoeten en sociaal netwerk – in contact staan met
buurtgenoten.

· Verplaatsen – mobiliteit, bewegen van A naar B door
gebruik te maken van een voertuig of te lopen.

· Ontspannen – alle activiteiten die er toe leiden
dat mensen fysiek en mentaal tot rust kunnen komen.

· Zorgen – ondersteunen van mensen die zelf niet in
een bepaalde behoefte kunnen voorzien.

· Sporten – alle vormen van lichaamsbeweging om fit
te blijven.

· Spelen – samen bezig zijn met een spel of
activiteit, voornamelijk door kinderen.

 

Met de functies van de wijk is het mogelijk  om te gaan kijken hoe de wijk het best kan
worden verbetert zodat de buitenruimte de functies zoveel mogelijk tot uiting
laat komen en ze optimaal benut worden. Want we leven niet voor niets allemaal
in een wijk.

 

Behoeftes in een wijk

Een
huidige wijk wordt gedefinieerd door de belangrijkste behoeftes die de inwoners
hebben, en waar de wijk in moet voorzien. Deze behoeftes zijn neergezet in de
piramide van Maslow en kunnen worden door vertaald naar de wijk.

Maslow omschrijft als eerste
de primaire biologische behoeftes van de mens. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld
eten, drinken, warmte, slaap, seks, zuurstof. De wijk faciliteert in deze
behoeftes met al haar fysieke elementen: van muren, daken en straten, tot een
waterleiding, elektriciteitsnet en internetverbinding (zie afbeelding
hieronder). De primaire behoeftes worden weergeven in de onderste balk van de
piramide.

Afbeelding 2 De piramide van
Maslow

 

Hierna
volgt het tweede onderdeel, veiligheid. Dit betekent gezond zijn, financiële
zekerheid en veiligheid op straat en in de woning. De wijk die voorziet in deze
behoeftes is groen, schoon, veilig en leefbaar.

Vervolgens
komen de sociale behoeftes aan bod. Mensen willen vriendschap, liefde en
familie. Ze willen bij een bepaalde groep horen, zoals het gezin, de buurt of
een vereniging. Deze behoefte wordt gefaciliteerd door de wijk. Het bied de
mogelijkheid tot contact met de buurt en verenigingen waar we ons bij kunnen
aansluiten.

Een
behoefte die nog verder gaat is zelfvertrouwen. Mensen zoeken naar respect,
erkenning en waardering van anderen en ook van zichzelf. Dit betekent dat je
jezelf moet kunnen zijn, je onafhankelijk en vrij voelt. Een wijk waarin haar
bewoners zich thuis voelen en wederzijds respect naar elkaar tonen zorgt
hiervoor.

Het
hoogst haalbare niveau is zelfontplooiing. Men kan steeds meer zijn eigen doel
nastreven en worden niet meer gestuurd van buitenaf. Bij het nastreven van deze
doelen kan de wijk een belangrijke rol spelen. Bijvoorbeeld, door de
mogelijkheid tot het personaliseren van je woning en het ontplooien van je
favoriete activiteiten in de buurt.

In
de piramide zijn de fundamentele behoeftes opgenomen waarin de wijk moet
voorzien. Het is echter niet noodzakelijk dat eerst aan de lager gelegen
behoeftes voldaan moet worden alvorens aan een hoger gelegen behoefte voldaan
kan worden. (Kennislab Urbanisme Amersfoort, 2014)

 

 

 

 

 

Hoe kunnen de functies van een wijk aan de
behoeften voldoenLV4 ?

 

Functie

Huidige
invulling

SMART invulling

Wonen

De functie wonen is momenteel nog redelijk traditioneel
ingevuld. We wonen, slapen, eten en rusten binnenshuis op specifieke plekken
en specifieke tijden. Wonen doen we voornamelijk privé op onze eigen grond.

De functie wonen op een SMART manier gaat uit van een
bewustere leefstijl en een flexibelere inrichting van het woonhuis met
gemixte functies. Hierdoor gaan we efficiënter met de woonruimte om. We
kunnen ons huis aanpassen aan onze behoeftes op dat moment. Ook wordt de
buitenruimte veel meer onderdeel van het woongedrag. Wonen doen we niet
alleen meer binnen ons privé-eigendom. Mensen eten onderweg in de trein,
rusten uit in het park en slapen vaker buiten de deur als ze een weekend weg
zijn.

Werken en
ondernemen

Tegenwoordig hebben de meeste mensen nog steeds een
negen tot vijf baan met een kantoor op een vaste plek. Wat wel steeds meer te
zien is dat meer mensen thuis werken of flexibel uren indelen.

Er is een transitie zichtbaar naar flexibel werken qua
locatie en tijd. Waar we werken en hoe laat doet er steeds minder toe, we
staan immers altijd met elkaar in verbinding. Ons huis kan worden omgetoverd
tot werkplek en op kantoren zijn alleen nog flexplekken te vinden. De
scheiding van vrije tijd en tijd dat besteed wordt aan werken wordt minder
scherp. Geld verdienen is niet meer ons hoofddoel, we willen onszelf
ontwikkelen en doen wat we leuk vinden. Voor bedrijven wordt het steeds meer
van belang om een maatschappelijke meerwaarde te hebben. De consument is
kritisch in zijn keuzes en sociaal ondernemerschap is in opkomst. Hierbij staat
ook flexibiliteit voorop: de klant is koning.

Consumeren

Op het moment voorziet de wijk in de behoefte
consumeren slechts door een buurtsupers, een lokale markt en een aantal
kleine ondernemers als een bakker of slager. Andere winkels bevinden zich niet
in de wijk maar in het kernwinkelgebied.

Door de opkomst van e-commerce worden goederen
makkelijker bereikbaar en kan vraag en aanbod beter op elkaar worden
afgestemd. Fysieke winkelruimten zullen afnemen of puur een etalage functie
krijgen. Het aantal pakketbezorgers in de wijk zal toenemen; maar dan wel op
een centraal afleverpunt. Ook zal er minder materieel worden geconsumeerd,
maar men zal meer belevenissen gaan consumeren. Dat is hetgeen waar status
aan wordt ontleend. Niet de auto die je hebt is belangrijk, maar de
autovereniging waar je lid van bent.

Ontmoeten en
sociaal netwerk

Tegenwoordig faciliteert de wijk in sociaal contact
middels openbare ruimte. Er zijn echter nog weinig wijken waarin buurtgenoten
het belangrijkste netwerk voor elkaar vormen. Ons sociale netwerk reikt veel
verder dan de buurt en is heel divers. De eigen ruimte is meestal strikt
afgesloten door het gebruik van bijvoorbeeld schuttingen, hekken en hagen.

In de SMART-wijk staan we altijd in contact met de
wereld om ons heen. De lokale omgeving wordt hierbij weer belangrijker, omdat
dit ons houvast biedt. Dit betekent dat de sociale functie van de wijk
verandert. De afbakening van een wijk wordt vager en is flexibel. Wat een
buurt betekent is voor iedereen anders. Wel staan we door middel van social
media in contact met mensen dichtbij, hebben we minder behoefte om onze
eigendommen af te schermen en in eilandjes te wonen en worden we ons bewust
van het feit dat een goede buur beter is dan een verre vriend.

Verplaatsen

Mensen verplaatsen zich middels auto, openbaar vervoer,
de fiets of lopend. Deze vervoersstromen sluiten redelijk op elkaar aan; maar
er moet nog wel veel gewacht worden in files of bij overstappen in het OV.

De transportmodaliteiten worden beter aangepast op
elkaar door realtime data. Het OV-netwerk wordt bepaald door de behoefte van
de gebruiker. Door nieuwe technologieën worden vervoersmiddelen schoner en
tevens efficiënter. Iedereen rijdt elektrisch en onze verplaatsingen worden
continu geregistreerd door sensoren om het netwerk te verbeteren. Ook is het
zichtbaar dat de auto geen statussymbool is, maar puur functioneel wordt
gebruikt. Het delen van vervoersmiddelen wordt steeds populairder.

Ontspannen

Doordat ontspannen heel persoonlijk is kan hier geen
eenduidige omschrijving van worden gegeven.

Ook in de wijk van de toekomst blijft ontspannen
persoonlijk. Wellicht is ontspannen in de toekomst juist wel het
tegenovergestelde van SMART. Dus juist niet verbonden met internet, niet
flexibel en niet bewust. Een wijk die SMART is, is een wijk waar iedereen kan
ontspannen.

Zorgen

In de wijk is ruimte voor zorg door verzorgingstehuizen
en huisartsen die fysiek in de wijk gevestigd zijn.

In de toekomstige wijk kan iedereen altijd en overal in
contact komen met zorginstellingen en lotgenoten middels social media. Geen
spreekuren, maar Skype gesprekken met artsen. Het geheel functioneert als een
netwerk waarin de afstand tussen zorg en burger kleiner wordt. Fysieke
zorgpunten zijn minder belangrijk. Ook zullen burgers meer voor elkaar zorgen
indien mogelijk. Zorg komt dus niet alleen meer vanuit de professional.

Sporten

De wijk faciliteert sporten door sporthallen en -velden
aan te leggen. Deze zijn vaak monofunctioneel. Ook parken en hardlooproutes
worden sinds de laatste paar jaar aangelegd om fysieke activiteit te
bevorderen.

De SMART-wijk faciliteert alle sporten, overal en
altijd. We zien dat mensen steeds meer zelf willen invullen wanneer en waar
ze gaan sporten. Hardlopen is populair, net als bootcampen en yoga op
allerlei locaties in de stad. Door de connectiviteit tussen mensen zijn ze
niet meer afhankelijk van verenigingen en lidmaatschappen. Hierdoor hebben ze
toegang tot een breder scala aan sporten en kunnen ze gemakkelijk
sportmaatjes vinden. Een SMART-wijk faciliteert sport door de aanleg van
groen die op verschillende manieren kan worden gebruikt. Traditionele sporten
blijven bestaan, maar worden dynamisch gefaciliteerd. Dat wil zeggen dat een
voetbalveld kan worden veranderd in een basketbalveld of hockeyveld.

Spelen

In de huidige wijk wordt spelen gefaciliteerd door
aangelegde speeltuinen en door aangewezen woonerven.

De SMART-wijk moet spelen veel flexibeler faciliteren.
Ook kinderen maken onderdeel uit van een netwerk. Hierdoor wordt in de SMART
wijk meer op straat gespeeld doordat ze elkaar via het netwerk kunnen
opzoeken. De openbare ruimte moet mogelijkheden bieden tot realitygaming.
Hierbij wordt de fysieke omgeving gekoppeld aan internet en gebruikt als een
digitaal speelbord. Spelen wordt hierdoor flexibel en kan overal en altijd
gedaan worden door verschillende doelgroepen.

(Kennislab
Urbanisme Amersfoort, 2014)

 

Samenvatting hierboven genoemde

 

 LV1Jullie
hebben heel veel informatie gevonden merk ik al lezend in het document tot nu
toe. Ik wil jullie als tip meegeven dat je na moet blijven denken welke
informatie relevant is voor het beantwoorden van de deelvragen. Het is niet zo
dat het de bedoeling is dat je alles in het verslag moet stoppen wat je aan
informatie vindt. Ik raak bij het lezen af en toe de draad een beetje kwijt en
lees af en toe details waarvan ik afvraag of het noodzakelijk is dat jullie ze
in het verslag vermelden. Ga dat samen ook nog eens kritisch na.
 “Zoom eens uit” om goed naar je
structuur te kijken en vooral na te denken welke info je echt nodig hebt en wat
de boodschap is die je mee wilt geven zodat er een lijn zit in je verhaal.

 LV2Ik
mis hier samenhang tussen de verschillend stukjes. Geen overgang?

 LV3bron

 LV4geef
een inleidend stukje tekst voordat je met de tabel komt

Written by